Han Steenbruggen 2001

Publications / Press >> Han Steenbruggen 2001


The photographic works of Ruud van Empel

 

Tijdens mijn laatste bezoek aan Ruud van Empel, bladerend door de vele mappen waarin hij zijn werk secuur heeft gedocumenteerd, kon ik me weer eens verbazen over het enorme oeuvre van de toch nog maar vierenveertig-jarige kunstenaar en vooral over de bijzondere kwaliteit van zijn werk en betekenis van zijn kunstenaarschap. Met zijn ontwerpen voor affiches, postzegels en boekomslagen, en met zijn activiteiten als art-director van avantgardistisch gekleurde theater- en televisieproducties was hij in de jaren tachtig en negentig zijn tijd ver vooruit.
Binnen een kleine kring van ingewijden, veelal gelijkgestemde geesten, was een ieder van meet af aan overtuigd van Van Empels vakmanschap en fijne gevoel voor het cliché, sfeer, schoonheid en lelijkheid. Als geen ander ontwerper wist hij in die jaren immers ‘de goede smaak’ en stijlvooroordelen ter discussie te stellen en tegelijkertijd met even ontwapenende als sfeervolle beelden zijn publiek te raken en te ontroeren. Het leverde hem in 1993 de Charlotte Köhler-prijs op. Toch heeft het – zoals dat nou eenmaal gaat met kunstenaars die op eigenzinnige wijze uitdrukking geven aan een visie en mentaliteit – betrekkelijk lang geduurd voor de waardering goed op gang kwam. In 1999 kreeg hij een solotentoonstelling in het Groninger Museum, waarin zowel affiches als fotowerken te zien waren en in 2001 kreeg hij de prestigieuze H.N. Werkmanprijs toegekend. Sindsdien is zijn naam niet meer weg te denken uit overzichten van Nederlandse (grafische) vormgeving. Dat hij daarbinnen een uitzonderlijke plaats inneemt is evident. Van Empel heeft zich in zijn vormgeving immers niet zo zeer opgesteld als ontwerper, maar als kunstenaar, gebruik makend van de discipline die hem op een bepaald moment het beste uitkwam, zich niet storend aan stijlconventies. Vanuit inhoudelijk oogpunt was zijn beslissing in 1996 om in de eerste plaats als beeldend kunstenaar verder te gaan dan ook geen ingrijpende. De kunstwereld, niet gespeend van hokjesgeest en maar net gewend aan zijn ontwerpkunst, leek er meer moeite mee te hebben en wist zich aanvankelijk maar moeilijk te verstaan met de ontwerper die zich begaf op ander terrein. Dat Van Empel in staat bleek in relatief korte tijd alle vooroordelen rond zijn vrije werk te slechten heeft absoluut te maken met de onderscheidende kwaliteit ervan.

In feite verschilt de manier waarop Van Empel zijn fotowerken samenstelt niet wezenlijk van de manier waarop zijn affiches en decorontwerpen tot stand kwamen: het ontstaansproces is identiek, alleen vindt het ‘schetsen, knippen en plakken’ nu plaats met behulp van de computer. Het grote voordeel van de digitaal uitgewerkte fotocollages is dat de realiteitsbeleving van de beelden en daarmee hun suggestieve kracht geoptimaliseerd kan worden. Dat elke compositie, elk detail en elke kleur zorgvuldig zijn samengesteld laat zich in het uiteindelijk beeld nauwelijks raden. Goede voorbeelden zijn drie hier afgebeelde fotowerken uit de serie Laboratorium. Elke buisje en elke glazen tussenvorm is ‘met de hand’ ontworpen, soms afgeleid van drinkglazen, dan weer van vazen, reageerbuisjes of anderszins. Al bouwend ontstaan even wonderlijke als bizarre constructies die hun betekenis vinden in de laboranten die onderaan het beeld ten halve lijve en frontaal poserend zijn weergegeven. Ook deze zijn door Van Empel zorgvuldig bewerkt en ondergeschikt gemaakt aan de totaalsfeer die hem voor ogen staat.
De drie laboranten zijn geheel in hun omgeving opgenomen, een kunstmatige wereld waarvan ze zelfs de kleur hebben aangenomen en hun identiteit lijken te ontlenen. De perspectief- en ruimteloze beelden met hun naar de realiteit gemodelleerde vormen werken bevreemdend, maar ook beklemmend als lijken ze te appelleren aan diep onder de huid verscholen angsten over het ‘ik’ en de wereldjes waarin wij leven.
Op welke wijze dan ook, in alle fotowerken van Ruud van Empel speelt het aspect van ‘kijken en bekeken worden’ een belangrijke rol. In de serie Study for 4 women krijgt dat een extra geladenheid door het ingehouden erotiserende karakter van de beelden. De reeks is in zekere zin Van Empels antwoord op tegenwoordige schoonheidsideaal en de overdreven manier waarop binnen verschillende vormen van fotografie wordt omgegaan met het vrouwelijk lichaam, sexualiteit en esthetiek. Evenals in zijn andere fotowerken is er in de vrouwenstudies van alles dat lijkt te wringen: elementen die vreemd imperfect zijn en de kijker een ongemakkelijk gevoel geven, maar juist daarom in staat zijn te intrigeren. In Study for 4 women gebruikt hij ze om het thema van ‘mooi-lelijk’ uit te werken en om een geheimzinnige, surreële sfeer te scheppen waarin verlangens en fantasieën sluimeren. De serie gaat over kijken en verleiden, bekeken en verleid worden, en onschuld en het verlies van onschuld.

Behalve Laboratorium (2002) en Study for 4 women (2000) heeft Van Empel sinds 1996 gewerkt aan de reeksen Frame Story (1998-2000), The Office (1998-2001), Study for 4 woman part II (2001) en ..... De afzonderlijke fotowerken kunnen worden begrepen als opeenvolgende fases van een onderzoek aan de hand waarvan Van Empel zijn thema’s uitdiept – ze krijgen de titel van het onderzoek en een nummer –. Binnen elk ‘onderzoeksproject’ blijven uiteindelijk maar een aantal werken over die de kunstenaars goedkeuring kunnen wegdragen. De meeste blijven steken in het experimentele stadium of worden naderhand afgekeurd. In sommige gevallen vinden beeldexperimenten hun weg in weer nieuwe fotowerken. De zuivere selectie die hij in zijn eigen werk aanlegt, laat zien dat hij zijn beeldtaal volkomen beheerst, exact de optimale spanning in zijn werken weet te duiden en zijn spel met realiteit en surrealiteit, sfeer en suggestie subtiel weet uit te spelen. Nooit vervalt hij daarbij in karikaturen en voor de hand liggende symboliek en nooit laat hij zich verleiden tot groteske effecten die met het medium zo eenvoudig kunnen worden bewerkstelligd. Zoals grote kunstenaars voor hem weet hij hoe belangrijk het is zich in te houden om de suggestieve kracht van het beeld zijn werk te laten doen en het kijken gespannen te houden. Met zijn grote vakmanschap is het deze kwaliteit die hem maakt tot een van de meest interessante kunstenaars van dit moment en zijn werk blijvende betekenis verleent.

Han Steenbruggen

conservator moderne kunst Groninger Museum