Pieter van Leeuwen - Nederlands
Publications / Press >> Pieter van Leeuwen NederlandsPHOTO SKETCH
Digital sketches 1995-2005
Inleiding
Het leven is geen wandeling in een rozentuin, en voor het kunstenaarschap geldt precies hetzelfde. In deze uitgave laat Ruud van Empel het werk zien dat vrijwel iedere andere kunstenaar het liefst zo onopvallend mogelijk onder het vloerkleed veegt: het werk dat het niet gehaald heeft. Van Empel hanteert een werkmethode van trial and error . De honderden pogingen tot het ultieme kunstwerk in deze uitgave zijn slechts het topje van de ijsberg. We zien montages die nauwelijks te onderscheiden zijn van het werk waarmee Van Empel naar buiten treedt tot montages uit series die altijd in de schaduw zijn gehouden. Het scala in dit boek reikt van af, maar niet goedgekeurd werk, tot halverwege gestrande pogingen. Bovendien zien we voorbeelden uit Van Empels uitgebreide digitale magazijn met voor de montages gefotografeerde en computermatig vrijgemaakte beeldelementen. De min of meer chronologisch geordende fotomontages geven niet alleen een fascinerend inzicht in Van Empels ontwikkeling als digitaal kunstenaar, maar ook in zijn werkwijze. De tekst in deze uitgave is geschreven door Pieter van Leeuwen, redakteur bij nederlandse fotobladen als Foto, Digifoto en PF.
Dat kunstwerken moeiteloos tot stand komen is de romantische droom van de naïeve buitenstaander. Kunst uit een elegante geste is slechts voor een beperkte groep kunstenaars reeel. Op alle niveau’s bestaan er natuurlijk kunstenaars voor wie de kracht in een eenvoudige totstandkoming ligt, maar er zijn er waarschijnlijk veel meer voor wie dat juist in steeds opnieuw proberen zit.
De buitenstaander zou dat eigenlijk ook best kunnen weten. Het beeld van een Japanse tekenaar mag dan iemand zijn die met een minimum aan perfecte penseelstreken een grandioze afbeelding neerzet, het filmcliché van een schrijver is een stuk realistischer. Hier zien we iemand die met een prullenmand vol proppen achter zijn typemachine zwoegt op zijn levenswerk. Onze Japanner komt het overigens ook niet aangevlogen, want voor de elegantie zich openbaart heeft hij volgens de mythe een jarenlange ontwikkeling van vallen en opstaan doorgemaakt zonder publiek, net als bijvoorbeeld de muzikant en danser.
Ruud van Empel lijkt op de schrijver. Zijn strategie: net zolang proberen tot het perfect is. Geen gemakszuchtig proces als je bedenkt dat het maken van een montage zo honderdtwintig uur kan kosten, en daar vinden we er in dit bij lange na niet volledige boek al enige honderden van. Van Empels dagen bestaan uit herhalen, herhalen en herhalen. . Van iedere serie levert slechts een klein percentage het juiste palet aan emoties op. Dat zijn de beelden die de wereld over gaan.
Waarom slaagt een kunstenaar niet in een keer? Bij een gebrek aan ervaring speelt technisch falen vaak een rol. Maar bij ervaren rotten als Van Empel is er veel minder makkelijk een vinger op te leggen. Maar het volgende speelt zeker mee: een mentaal beeld laat zich niet niet altijd klakkeloos in een kunstwerk vertalen.
In de film ‘Close Encounters of the Third Kind’ laat Steven Spielberg een interessante weergave van dit proces zien. Buitenaardse wezens projecteren een mentaal beeld in het hoofd van aardbewoners die ze willen ontmoeten. Het is een beeld van de berg waarop de vliegende schotel gaat landen en waar het rendez-vous moet gaan plaatsvinden. De uitverkorenen blijken geen idee te hebben wat ze met die raadselachtige openbaring aanmoeten. Ze beginnen verwoed te schilderen, te tekenen en te boetseren om er grip op te krijgen. De ene na de andere poging om het visioen op canvas, papier of in klei te krijgen strandt. Maar op de lange duur kloppen de resultaten steeds beter. Het begint te klikken tussen ‘de kunstenaar’ en ‘het werk’. Op een gegeven moment kan maar een conclusie worden getrokken: het werk is af. Het mentale beeld en het werk komen eindelijk met elkaar overeen. Het is nu pas echt klaar voor interpretatie en uiteindelijk wordt in de film de berg dan ook gevonden.
Zonder dat er een marsmannetje en een mysterieuze boodschap aan te pas komen, kan het scheppingsproces in het echt ook zo verlopen. In de barre werkelijkheid blijkt er maar al te vaak een kloof te bestaan tussen het beeld onder de hersenpan en dat wat uit de kunstenaarshanden komt. Mentale beelden lijken uiterst concreet, gedetailleerd en volledig in het hoofd op te doemen. Maar ze blijken vaak veel vager te zijn dan verwacht, en dan is het ploeteren om ze toch helder te krijgen. Dat ploeteren betekent: waarnemen, creëren, evalueren, wachten op een lichtpuntje en daarna opnieuw door deze creatieve cyclus gaan tot alles uiteindelijk klopt. Als het licht niet gaat branden, strandt een project. Maar als dat wel gebeurt kan uit deze spiraal omhoog het beste werk ontstaan.
Als scheppen zo gaat, dien je als kunstenaar stevig in het zadel te zitten. De cyclus duurt lang als je in iedere ronde anderhalve werkweek steekt. Eén veel minder tijdrovende mislukte poging is voor menig kunstenaar genoeg geweest om in een zware artistieke depressie te raken. Het is uiterst frustrerend als iets mislukt waar je hoofd van vol is. Om de beeldspraak met het zadel vast te houden: je moet weten hoe zonder schade uit het zadel geworpen te worden. Van Empel heeft iets van de stuntman die valt, de kreuken uit het paardrijjasje strijkt en vervolgens zonder aarzelen opnieuw in de stijgbeugels stapt.
Nou maakt Van Empel het zichzelf ook niet eenvoudig. De fotomontage is niet geschikt voor gemakszuchtigen. Iedere artistieke discipline vraagt om zijn eigen kunstenaars. Het is overduidelijk dat niet iedereen geschapen is voor het precieze digitale knippen en plakken. Maar de echte drempels liggen op een ander vlak. Van een fotomontage wordt de complexiteit van een foto verwacht maar het vergt het geduld van schilderen. Hoe realistischer een montage, hoe meer het op een in één klik gemaakte foto lijkt. Anders gezegd: hoe meer tijd en raffinement in een montage wordt gestoken, hoe minder je dat eraan afziet.
Door een groeiend raffinement is het werk van Van Empel door de jaren heen steeds realistischer geworden, maar het is de vraag of je naar een onzichtbare montagetechniek moet streven. Daarmee verliezen montages een kracht die ze nu nog aan de schilderkunst ontlenen. Als het werk op zuivere fotografie lijkt wordt het door wie niet beter weet als zuivere fotografie beschouwd. Zuivere, in één klik gemaakte fotografie heeft een nadeel. Een zuivere foto heeft een zekere terloopsheid die erom vraagt niet alles erop serieus te nemen. Toeval speelt vrijwel altijd een rol. Als een portretfotograaf zich op gelaatsuitdrukkingen concentreert, dan mist hij mogelijk aandacht voor de achtergrond, het licht, lichaamshouding of de plooien in de kleding. Concentreert een landschapsfotograaf zich op licht, dan zit het toeval misschien in de details, compositie, of het belang van het landschap voor hem.
Er zijn grote verschillen tussen fotografen, de een zoekt meer controle dan de ander. Soms veel meer dat de beschouwer inschat. In dat geval haalt deze veel minder uit de foto dan de fotograaf er in stopt. In de loop van de jaren hebben fotografen daar al of niet bewust medicijnen voor gevonden. Fotografen benadrukken de aandacht die ze aan een foto besteden in hun stijl. Ze fotograferen met platencamera’s extra gedetailleerd, ze lichten hun foto of zetten hun foto in een studio in scene. Door het scheppingsproces zichtbaar te houden wordt het beeld gevrijwaard van terloopsheid. Uitgebreid photoshoppen en monteren vinden we ook in de medicijnkast.
Maar de montage kent nog een verschil met een foto en een grote overeenkomst met een schilderij. Er is niet geregistreerd maar gereconstrueerd. Door met een leeg scherm in plaats van met een vol kader te beginnen, onstaat de vrijheid zelfs fantasiebeelden op fotopapier te zetten en begrijpt de kijker dat ieder detail bewust zichtbaar is gemaakt. Tegelijkertijd vormt zich echter ook een probleem. De wereld die we afbeelden is zo complex dat we die vrijwel onmogelijk realistisch kunnen namaken. Om fotorealisme te bereiken dien je het monteren niet alleen perfect in de vingers te hebben, maar ook in het hoofd. Je moet een beeld tot in het kleinste facet kunnen doorgronden. Dat maakt monteren net zo ingewikkeld als schilderen.
Dit boek heet ‘Photosketch’, wat betekend dat niet met potlood wordt getekend, maar computermatig met foto’s een collage wordt gemaakt. Daaraan vooraf gaat de aantekening en de schets met potlood op papier. Die staan bij van Empel een stuk lager in de rangorde. Ze lijken teveel op het mentale beeld om te kunnen vertrouwen. In de digitaal vervaardigde fotoschets zijn allerlei technische en compositorische leemtes al tot in het detail ingevuld. Ze zijn het beste als degelijk uitgevoerde voorstudies te beschouwen en het kost minstens anderhalve werkweek om er een te maken. Voor de vervaardiging worden eerst alle beeldelementen gefotografeert, waarbij rekening wordt gehouden met opnamehoek en licht. Dat gebeurt in royale hoeveelheden, om later nog keuzes te kunnen maken. Deze fase vergt veel uitzoek- en regelwerk, maar soms kan van Empel gebruik maken van zijn groeiende foto-archief. Als de foto’s in de computer zijn geladen moeten ze digitaal worden uitgesneden. Een even tijdrovend als precies monnikenwerk. Na het digitale knip- volgt het digitale plakwerk. De losse beeldelementen worden net zolang verschoven en vervormt tot ze op het scherm een geheel vormen waarvan de verhoudingen, het perspectief, de compositie en het licht kloppen. In deze fase vallen er bovendien beelelementen af en komen er andere bij. Daarna worden storende naden digitaal weggegumt en wordt kleur en contrast op smaak gebracht. Pas dan is de fotoschets klaar.
Wat is het verschil tussen een fotoschets en het echte werk? Een fotoschets is een voorstudie. Het oogt als het echte werk, maar roept nog niet de juiste emoties en associaties op. De kloof die daarvoor nog moet worden overbrugt blijkt een onverwacht brede. Kijk daarvoor naar Spielbergs film.
1995-2002
Nadat hij als art director vele jaren van tv programma’s en films de vormgeving heeft bepaalde, begint Ruud van Empel met fotomontages. In deze periode worden onder andere beelden van mannen achter bureau’s, in laboratoria en andere ruimtes gemaakt. Er vormt zich een vensterserie en een reeks locatieportretten. Verder worden korte series etalages, televisiebeelden, spiegeleffecten, flatgebouwen en kasten gemaakt. Aanvankelijk worden met schaar en lijmpot collages gemaakt, maar naar mate de tijd vordert en het niveau stijgt gaat steeds meer met de computer en wordt steeds meer zelf gefotografeerd. Er ontstaat een uitgebreide bibliotheek met alle mogelijke mensen, voorwerpen en onderdelen daarvan in allerlei hoedanigheden. De montages uit deze periode zijn nog lang niet zo geraffineerd als die uit de daaropvolgende jaren. Het is de tijd waarin Van Empel uitgebreid experimenteert, de techniek leert kennen en de mogelijkheden in kaart brengt.
Er ging veel mis. Zo is aan de compleet in de prullenbak verdwenen laboratoriumserie een half jaar gewerkt. Deze uiterst arbeidsintensieve en perfectionistisch uitgevoerde reeks montages bleek nauwelijks betrooikenheid bij het publiek op te roepen.
1999-2004
In het project ‘Study for Women’ gaat Van Empel een stap verder. Werden daarvoor personen uit enkele delen samengesteld, hier worden er honderden gebruikt. In de griekse beeldhouwkunst werden naar lichaamsdelen van verschillende personen onwerkelijk perfecte lichamen gevormd. Op vergelijkbare wijze combineert Van Empel onder andere delen van topmodellen. Zo vormen zich uit de lichamen van overbekende vrouwen onbekende nieuwe.
Adder onder het gras is de grote vaardigheid waarmee we mensen inschatten. Door duizenden jaren ervaring zijn we er erg handig in geworden conclusies uit de verschijningsvorm van een persoon te trekken. Het is altijd van belang geweest te kunnen zien of iemand goed- of kwaadgezind, sterk of zwak of bijvoorbeeld vruchtbaar of onvruchtbaar is. Dergelijke interpretaties zijn door de jaren heen uiterst geraffinneerd en gedetailleerd geworden, maar vinden grotendeels onbewust plaats. Dat maakt het moeilijk een correcte fotomontage van een mens te maken. Veel van de vrouwen sturen om raadselachtige redenen de verkeerde signalen uit. 80% van de vrouwenstudies valt af. Hoe wij ons onderling in het inschatten specialiseren blijkt uit de veel later, in 2004, tot stand gekomen babyserie. Voor de kinderloze Van Empel zagen ze er geweldig uit, terwijl veel ouders er een beklemmend gevoel bij kregen. Maar liefst 80% van de digitale babys mislukt, slechts vier worden geprint.
2002-2004
‘Study in Green’ bouwt voort op eerder werk waarin de natuur centraal staat. We zien paradijselijke boslandschappen met een knipoog naar het lieflijke soort dat dient als voorbeeld voor borduurwerk. Alles draait om sfeer en details. We zien als het ware de mooiste ervaringen van een lange fraaie boswandeling in één ingedikt beeld terugkomen. Ondanks deze euforische invalshoek komen beschouwers met heel andere geluiden. In plaats van fraaie loofbossen worden er enge oerbossen in gezien waarin achter iedere boom gevaar schuilt. Een van de redenen is mogelijk de vele hoekige en scherpe vormen in onze noordelijke bossen. Als ze later plaats maken voor tropische oerwoud met veel gebogen en ronde vormen maakt beklemming plaats voor een gevoel van uitbundigheid. Bij het monteren spelen het experimenteren met perspectief en het creeren van diepte een grote rol. In vrijwel alle bosgezichten is in de verte licht te zien. Het is erg moeilijk afbeeldingen als deze, zonder duidelijk hoofdonderwerp, kracht te geven. Net iets meer dan de helft, zestig procent, mislukt.
Als nevenprojecten maakte Van Empel een kleine serie autobiografisch getinte portretten. Daarvoor gebruikte hij achtergronden uit de omgeving waarin hij opgroeide. Modellen en kleding bleken niet juist. Om persoonlijke redenen werd deze serie uiteindelijk niet afgemaakt. Hij begint bovendien aan kindernaakten, een serie die vanwege de controverse rond dit onderwerp niet wordt doorgezet
2005-2007
In ‘World Moon Venus’ valt alles op zijn plek. Door ervaring wijs geworden wordt steeds doeltreffender gewerkt. De idyllische bossen worden zeer nadrukkelijke achtergronden voor portretten van jonge kinderen. Alles draait om een paradijselijke wereld vol onschuld. Toch lukt niet alles. Zo strand het idee een kind te laten zien dat dat zich spiegelt een vijver: het perspectief en de compositie blijken niet goed te krijgen. Aanvankelijk worden blanke meisjes afgebeeld, tot om geen politieke kleur te suggeren ook met zwarte modellen gewerkt wordt. Maar met de huidskleurwisseling komen maatschappelijke stellingnames via de achterdeur toch weer binnenzetten. Zonder nadrukkelijk maatschappelijk geëngageerd werk te willen maken - het draait hier om onschuld - ontstaan makkelijk beladen associaties. Zo valt een deel van de foto’s af vanwege koloniaal aandoende kleding en wordt een als moslima gekleed meisje niet in de reeks opgenomen. Anderzijds valt in New York te horen dat het zwarte lichaam zelden zo onbeladen werd weergegeven.